Trouw recenseerde Binnen de Muren

Ruwe bolsters die hoffelijk blijken te zijn. Marjolein Knol laat gevangenen in Veenhuizen hun verhaal doen, zonder dat zij zich bespied voelen.

Dit artikel is geschreven door Dorien Pels voor dagblad Trouw en verscheen op 2 mei 2019.

Als hij een boom ziet, dan gaat hij er tegenaan pissen. Dat heeft Harry met zichzelf afgesproken. Dus als hij voor het eerst de luchtplaats van de gevangenis in Veenhuizen opstapt, doet hij zijn gulp open en laat het klateren tegen de eerste de beste boom daar. “Ik had toentertijd jarenlang geen bomen gezien. Ik droomde er gewoon van.”

Zo begint de zevendelige serie ‘Binnen de muren’. Maakster Marjolein Knol (1991) kwam, naast haar gewone werk als verslaggever bij RTV Drenthe, maandenlang over de vloer bij de gevangenis in Veenhuizen. De bewoners en bewaarders zijn trots op de omstandigheden in de ­gevangenis, met ruime groene luchtplaats en ervaren personeel.

Zeven pareltjes

Harry heeft voor hij naar Veenhuizen werd overgeplaatst jarenlang elders in een gesloten regime gezeten. “Die mensen snapten het wel”, zegt hij over de bewakers die het wildplassen door de vingers zagen. “Ik ging van iets heel heftigs naar iets heel moois. Nu hoef ik dat niet meer te proberen, hoor.”

Knol heeft zeven pareltjes van elk ruim een kwartier afgeleverd, de verhalen zijn openhartig, schokkend maar ook ontzettend grappig en vakkundig gemonteerd. Zo wordt de anekdote van Harry ondersteund door een geluid dat doet denken aan een fris bergbeekje, wat de luisteraar alleen maar breder doet glimlachen.

De landerigheid van het gevangenisleven wordt benadrukt door klassieke vioolmuziek die nog minutenlang doorgaat als de gevangen als zijn uitgesproken. Die zijn veelal goed in staat om in plat Haags of Rotterdams hun leven beeldend te beschrijven.

Knol zelf heeft een prettige, bedeesde vertelstem, die mooi contrasteert met de stemmen van de ruwe bolsters. Ze zijn hoffelijk. Als iemand een condoom in Hans’ cel gooit, terwijl ze in gesprek zijn, reageert hij verontwaardigd en spreekt de dader er als Knol weg is op aan.

Sla z’n smoel in mekaar

Waarvoor ze vast zitten, vertellen ze soms wel en soms niet. Hans is er kort over: “Doodslag”. Hij is opgegroeid in een milieu ‘waar de kogels je om de oren vliegen’. “Ik heb mijn kinderen op dezelfde manier opgevoed. Als je ruzie krijgt, timmer er maar op los. Pak een eind hout en sla z’n smoel in mekaar, maakt niks uit. En je ziet waar het je brengt. Waar je niet al te lang wil wezen.”

De drie makers, behalve Knol een regisseur en een technicus, weten de voordelen van dit journalistieke medium optimaal te benutten. De gedetineerden voelen zich onbespied en durven veel te zeggen. Zo wijst Hans fluisterend op het verboden mobieltje dat hij in zijn cel heeft. Niemand die het ziet immers.

Lees de rest van het artikel hier.